In de maneschijn, in de maneschijn

Wil jij naar kamer 20 gaan? Hij heeft steunkousen, liggen als het goed is op z’n stoel, en als het lukt, trek hem dan gelijk schone kleren aan. Hij kan soms wat lastig zijn, maar hij doet niks hoor. Ik heb toestel 2, bel maar als er iets is.

Er volgde een zelfbewust moment waarin je je een aantal seconden afvroeg hoe je in hemelsnaam met schort, twee paar handschoenen, mondmasker en spatbril op een afdeling met ernstig dementerende bewoners was beland, maar voor je dat besef goed en wel kon laten inzinken, vroeg gerinkel in de woonkamer je aandacht.

Lees verder

Met het mes op tafel

In 4VWO moest elke leerling bij Nederlands een betoog houden over een onderwerp dat hen interesseerde. Voor sommigen was alleen al het selecteren van een onderwerp dat hun interesse had een hele opgave, maar niet voor jou. Net zomin vond je, in tegenstelling tot veruit de meesten, spreken voor een groep een probleem.

Wat jou past echt angst en verdriet aanjaagde, was het steeds maar moeten zwijgen

Lees verder

Met de duivel op de hielen

Mijn probleem zit niet in mijn hoofd, het zit in mijn lijf’ zei je.
Als je met me blijft praten, kom je nooit bij mijn pijn’ zei je. En God wat bleek dat ook nu weer waar.

Na de zoveelste dag waarin je met je ziel onder je armen rondzwierf en je geest eerder nergens dan ergens verbleef, had je opeens de woorden voor het bijpassende gevoel: met de duivel op de hielen.

Lees verder
this way

Ago ergo sum

Maar wanneer gaat het dan écht niet meer? Hoe weet je dat je de grens bereikt hebt?” hoor je haar zeggen aan de andere kant van de lijn. En je lacht.

Niet omdat het leuk is, wel omdat het is alsof je jezelf hoort praten. En omdat je weet dat deze vraag stellen, hem beantwoorden is. Zeker voor het type mens dat jullie zijn; te goed voor de wereld, te slecht voor jezelf.

Als ik die ene groep nou niet meer zou hebben, dan gaat het misschien nog wel” hoor je haar zeggen. En je lacht, om al die keren dat jij jezelf net zo voor de gek hield met pleisters op gapende wonden plakken, hopende op genezing. Of toch in ieder geval verlichting van je klachten.

Lees verder

Leer me

Leer me
in het zinken,
in het vallen,
in het zijn
te zijn
daar waar de kans
te helen,
te vergeten
en vergeven
het grootst
geschat
door jou en al
de jouwen
leer me
daar
in angst,
in twijfel,
in vertrouwen
te vertrouwen
daar
te durven
zijn.

Niemand leeft in Achteraf

Hadden we je nooit toegelaten, was dit alles dan nooit gebeurd? Was het dan nooit zo ver gekomen? Nooit zo ver geëscaleerd?

Achteraf rijzen altijd de vragen

Achteraf had alles anders kunnen zijn. En beter ook, vooral. Maar niemand leeft in het Achteraf. Dus moeten we door, maar het is nog veel te vroeg voor rechtdoor of vooruit. Er staat nog zoveel te gebeuren voor we die weg weer kunnen gaan. En laat dat alsjeblieft met ons samen zijn, zonder dat we iemand onderweg verliezen aan het gevaar dat op de achtergrond al zo lang dreigt.

Lees verder

Van toen en toen en toen

Je bent niet verloren’ zei ze, maar waarom voelde je dan toch kwijt? Waarom voelde het dan alsof je zoek was, alsof je niet meer wist waar je jezelf kon vinden?

Er is hoop’ zei ze, maar dat kon jij alleen maar hopen. Vanuit de plek waar je nu leefde, voelde je vooral heel hopeloos.

Waar ken je dit gevoel van?’ vroeg ze, en nog voor het uitspreken van die zin was je in gedachten al vertrokken naar de zolderkamer waar je ooit zat. Met je rug tegen de muur en je benen opgetrokken, zittend op het tapijt. Jezelf te wiegen, heen en weer, heen en weer, heen en weer. Want stilstand is achteruitgang, dat leerde je al vroeg. En dus bleef je maar wiegen.

Lees verder

Thuis

Vind me,
waar het leven
duistert
waar alles donker
alles fluistert
vind me,
waar het hopen
dooft
waar alles stil
en niets gelooft
in beter, later,
mij.

Vind me,
waar ik zoek
geraakt
en breng me
veilig
thuis.

Tekening uit: ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’ – Charlie Mackesy

Meisjes van 13

Het moment waarvan je wist dat het ooit zou komen, maar je desondanks toch uit het veld sloeg. Dat moment kwam gisteravond.

Jullie zaten samen aan tafel. Zij aten pizza en jij dronk een kop thee, want je had ’s middags al genoeg gegeten. Plus: pizza is niet echt jouw ding.

Uit het niets was daar die vraag. Lees verder