Meisjes van 13

Het moment waarvan je wist dat het ooit zou komen, maar je desondanks toch uit het veld sloeg. Dat moment kwam gisteravond.

Jullie zaten samen aan tafel. Zij aten pizza en jij dronk een kop thee, want je had ’s middags al genoeg gegeten. Plus: pizza is niet echt jouw ding.

Uit het niets was daar die vraag. Lees verder

Ignorance is dominance

Stel, God had bestaan, ik had in God gelooft, en God had opeens voor mijn deur gestaan. Of hij binnen mocht komen, want hij moest een hartig woordje met me spreken. Er was haast bij, dus nee, het kon niet wachten tot een volgende keer.

Tenzij het je niks kan schelen dat je met je leven speelt’ zei hij, terwijl hij achter me aanliep. Ik bleef staan. ‘Sorry, wat?

Je weet best wat ik bedoel’ zei God, ‘ga nou maar zitten, dan leg ik het je nog één keer uit.’ Lees verder

Herstel bestaat niet

Er zijn dagen dat ik het even niet meer weet. Wie ik ben of wat ik doe. Waar ik het allemaal voor doe, en met welke reden.

Er zijn dagen dat ik het liefst niet uit mijn bed kom. De deur niet uit wil, met niemand wil spreken, nergens wil zijn.

Er zijn dagen dat ik me tot in mijn tenen eenzaam voel. Het donker is in mijn hoofd. Ik mijn lijf verafschuw en niet wil voelen dat ik besta.

Er zijn dagen dat ik kots, snij, mezelf verhonger. Midden in de nacht ga lopen spoken, ga rennen of me juist verstop. Lees verder

Beyond dis-ease and dis-order: a human approach to understanding eating disorders

“It’s about shame, disgust, and losing every sense of dignity. About darkness, silence and secrecy. It’s about sadness, loneliness, anger and fear. About not being able to express myself or how I feel, and having no boundaries or protection. Basically, it’s about not knowing how to just sit, feel and breathe through whatever difficult thought or emotion – without moving to hide it, or fade it, or fix it. It’s about looking for safety and comfort in all the wrong directions, and relying on self-destruction in order to live and survive.” (Marsman, 2014).

Lees verder

Groot mensje (2008)

Ik noemde je groot mensje, schreef je aan onder die naam. Groot mensje, of ik nog even bij je mocht zijn. Nog even van je mocht leren.
Ik was er niet bij toen je mijn woorden las, maar achteraf hoorde ik dat je gehuild had. Jullie allemaal, om dat grote mensje.

Toen ik je daarna weer zag, was dat precies wie je was. Groot, in mijn ogen zelfs reusachtig, en toch een mensje. Je knuffelde me en ik greep je vast. Mijn magere armen om jouw lijf. Je voelde zacht, en warm.
Ik voelde walging, wilde afscheid van je nemen, niet meer van je houden of geloven dat ik dat zoveel van je deed.

Je was een ronde vrouw en ik wilde dat niet zijn. Nooit meer. Eerder sterven dan dat lot.

Lees verder