Niemand leeft in Achteraf

Hadden we je nooit toegelaten, was dit alles dan nooit gebeurd? Was het dan nooit zo ver gekomen? Nooit zo ver geëscaleerd?

Achteraf rijzen altijd de vragen

Achteraf had alles anders kunnen zijn. En beter ook, vooral. Maar niemand leeft in het Achteraf. Dus moeten we door, maar het is nog veel te vroeg voor rechtdoor of vooruit. Er staat nog zoveel te gebeuren voor we die weg weer kunnen gaan. En laat dat alsjeblieft met ons samen zijn, zonder dat we iemand onderweg verliezen aan het gevaar dat op de achtergrond al zo lang dreigt.

Lees verder

I want to reach out and touch the flame

I want to run
I want to hide
I want to tear down the walls
That hold me inside
I want to reach out
And touch the flame
Where the streets have no name

Op een avond zat ik in een Run2Day winkel in Haarlem, samen met een groep mannen die mijn trainingsmaatjes zouden worden, en we luisterden naar Where the streets have no name van U2. Soundtrack van de New York marathon. Soundtrack van mijn leven, bedacht ik me toen. Lees verder

De laatste nachten van een leven

30 juni 2011
Het is een dinsdagavond, een bijna volle maan in een blauwe zomerlucht, de stilte in een treincoupé. Ik ben op reis, een retourtje Maastricht – Hoofddorp in nog geen acht uur tijd. Ik kwam en ging en ik nam afscheid. Niets pijnlijker dan dat en tegelijkertijd niets mooier en kostbaarder dan dat. Daar waar de dood dichtbij is, wordt het samen nog even kunnen leven des te meer waardeert.

Bracht ik vanavond voor het laatst een gouden tijd door met de vrouw wiens naam ik draag, met de vrouw wiens hart groter is dan haar handen, met de vrouw die van mijn vader weer een kind maakt? We zullen het wel zien, zoals ze zelf al zei.

Toen ik haar kamer binnenstapte en ze me met haar altijd even hartelijke ogen begroette, had ik het meteen al moeilijk.

Lees verder

Groot mensje (2008)

Ik noemde je groot mensje, schreef je aan onder die naam. Groot mensje, of ik nog even bij je mocht zijn. Nog even van je mocht leren.
Ik was er niet bij toen je mijn woorden las, maar achteraf hoorde ik dat je gehuild had. Jullie allemaal, om dat grote mensje.

Toen ik je daarna weer zag, was dat precies wie je was. Groot, in mijn ogen zelfs reusachtig, en toch een mensje. Je knuffelde me en ik greep je vast. Mijn magere armen om jouw lijf. Je voelde zacht, en warm.
Ik voelde walging, wilde afscheid van je nemen, niet meer van je houden of geloven dat ik dat zoveel van je deed.

Je was een ronde vrouw en ik wilde dat niet zijn. Nooit meer. Eerder sterven dan dat lot.

Lees verder

Spreken is zilver, maar zwijgen je dood

Nog word je wel eens wakker met dat ene moment op je netvlies. Met de angst in elke vezel in je lijf, en een eindeloos gevoel van leegte. Van vallen en niet gevangen worden. Van verlamming, stilstand, dood. Want de dood was het, die aan je deur stond te kloppen. Of beter gezegd, aan wiens deur jij stond te kloppen.

Dertien was je, veel te jong om voor andermans leven te moeten strijden, toch is dat wat je toen deed. Je voerde eindeloze gesprekken waarin zij je vertelde hoe moe ze was, hoe graag ze weg wilde en dat ze een uitweg zocht. Je kon alleen maar luisteren, huilen, weer luisteren en haar smeken om te blijven.

Leef alsjeblieft voor mij’, riep je meer dan eens

Zonder jou kan ik niet leven’, dacht je nog veel vaker

Lees verder

Proloog

Nog vraag ik me wel eens af of er iets was wat ik had kunnen doen, of er iets was wat ik niet gedaan heb, dat jou had kunnen helpen. Ik vraag me nog wel eens af of ik niet eerder in had moeten grijpen, niet eerder tussenbeide had moeten komen en zo misschien wel had kunnen voorkomen dat het ging zo als het ging.

In gedachten ga ik nog wel eens terug naar gesprekken die we voerden, naar antwoorden die ik op je vragen gaf, en naar alle vragen die ik jou niet stelde.

Had het uitgemaakt als ik eerlijker was geweest?

Lees verder