tweede persoon enkelvoud

Tweede persoon enkelvoud

Van die dagen in tweede persoon enkelvoud, die je soms wel, soms niet, in meervoud laten eindigen. In delen van jezelf, van toen, van later. Sommigen bekend, maar sommigen ook niet. En misschien dat het juist wel de onbekende fragmenten zijn, die je het langste achtervolgen. Die het diepst verankerd zijn, het zwaarste wegen en die jou, in alle ongrijpbaarheid, het meest hebben gegrepen.

Het meest weten te grijpen.

Lees verder

Met het mes op tafel

In 4VWO moest elke leerling bij Nederlands een betoog houden over een onderwerp dat hen interesseerde. Voor sommigen was alleen al het selecteren van een onderwerp dat hun interesse had een hele opgave, maar niet voor jou. Net zomin vond je, in tegenstelling tot veruit de meesten, spreken voor een groep een probleem.

Wat jou past echt angst en verdriet aanjaagde, was het steeds maar moeten zwijgen

Lees verder

Met de duivel op de hielen

Mijn probleem zit niet in mijn hoofd, het zit in mijn lijf’ zei je.
Als je met me blijft praten, kom je nooit bij mijn pijn’ zei je. En God wat bleek dat ook nu weer waar.

Na de zoveelste dag waarin je met je ziel onder je armen rondzwierf en je geest eerder nergens dan ergens verbleef, had je opeens de woorden voor het bijpassende gevoel: met de duivel op de hielen.

Lees verder
this way

Ago ergo sum

Maar wanneer gaat het dan écht niet meer? Hoe weet je dat je de grens bereikt hebt?” hoor je haar zeggen aan de andere kant van de lijn. En je lacht.

Niet omdat het leuk is, wel omdat het is alsof je jezelf hoort praten. En omdat je weet dat deze vraag stellen, hem beantwoorden is. Zeker voor het type mens dat jullie zijn; te goed voor de wereld, te slecht voor jezelf.

Als ik die ene groep nou niet meer zou hebben, dan gaat het misschien nog wel” hoor je haar zeggen. En je lacht, om al die keren dat jij jezelf net zo voor de gek hield met pleisters op gapende wonden plakken, hopende op genezing. Of toch in ieder geval verlichting van je klachten.

Lees verder

Van toen en toen en toen

Je bent niet verloren’ zei ze, maar waarom voelde je dan toch kwijt? Waarom voelde het dan alsof je zoek was, alsof je niet meer wist waar je jezelf kon vinden?

Er is hoop’ zei ze, maar dat kon jij alleen maar hopen. Vanuit de plek waar je nu leefde, voelde je vooral heel hopeloos.

Waar ken je dit gevoel van?’ vroeg ze, en nog voor het uitspreken van die zin was je in gedachten al vertrokken naar de zolderkamer waar je ooit zat. Met je rug tegen de muur en je benen opgetrokken, zittend op het tapijt. Jezelf te wiegen, heen en weer, heen en weer, heen en weer. Want stilstand is achteruitgang, dat leerde je al vroeg. En dus bleef je maar wiegen.

Lees verder

Meisjes van 13

Het moment waarvan je wist dat het ooit zou komen, maar je desondanks toch uit het veld sloeg. Dat moment kwam gisteravond.

Jullie zaten samen aan tafel. Zij aten pizza en jij dronk een kop thee, want je had ’s middags al genoeg gegeten. Plus: pizza is niet echt jouw ding.

Uit het niets was daar die vraag. Lees verder

Met bevend hart vooruit

Het was een lastig jaar, het afgelopen jaar. Een vermoeiend jaar, misschien wel op de eerste plaats. Frustrerend ook, en pijnlijk, somber en vol uitdagingen. Een onzeker jaar, vol twijfels en constant twijfelen, van me gefaald en niet goed genoeg voelen, van me afvragen waarom nog, en voor wie. Van steeds opnieuw proberen, en steeds opnieuw mislukken. Van er niet bij (mogen) horen, me buitengesloten voelen en buitengesloten worden.

Een jaar waarin het glas vooral halfleeg was, en het vaker donker was dan licht

Lees verder

Ignorance is dominance

Stel, God had bestaan, ik had in God gelooft, en God had opeens voor mijn deur gestaan. Of hij binnen mocht komen, want hij moest een hartig woordje met me spreken. Er was haast bij, dus nee, het kon niet wachten tot een volgende keer.

Tenzij het je niks kan schelen dat je met je leven speelt’ zei hij, terwijl hij achter me aanliep. Ik bleef staan. ‘Sorry, wat?

Je weet best wat ik bedoel’ zei God, ‘ga nou maar zitten, dan leg ik het je nog één keer uit.’ Lees verder

Met de zon in je gezicht

Lief lijf,

Vandaag stond ik met je aan het strand, met je blote voeten in het water. De plakhandjes van het mooiste hoopje mens dicht tegen je aan, en de zeewind door je haren. Ik geloof dat ik daar, op dat moment, van je heb gehouden. Dat ik je waardeerde om het simpele feit dat je bestond. Daar stond, met dat kleine mensje in je armen.

Ik rende met je door het zand, met de zon in je gezicht en het leven door je aderen

Ik geloof dat ik, toen wij zo samen over het strand draafden, van je heb gehouden. Van hoe sterk je voelde, hoe snel we gingen, hoe fijn het was om weer in beweging te zijn. Gewoon, omdat het kon. Omdat het kon en wij dat samen wilden. Lees verder

Omdat ik je zeggen wil

Wie zou je zijn, zonder gebroken hart? Zonder verloren en stukgeslagen dromen, zonder al die keren dat je viel, niet meer op wilde staan maar het toch deed?

Wie zou je zijn als je de stilte nooit had leren kennen? Nooit gevochten had met eenzaamheid, het nooit geproefd had, nooit aangeraakt?

Zou jouw hart de jouwe zijn, als je nooit in liefde had geloofd?

Lees verder

Doe mij maar niemandsland

Het liefst zou je nooit meer bewegen, zo voelt het. Als je één kon worden met je houding op een bank, in een stoel, opgevouwen in je bed, dan had je het gedaan.
Nooit meer bewegen.
Nooit meer beweging.

Stilstand is achteruitgang, zeggen ze. Misschien ga je ook wel achteruit. Het voelt niet als jezelf in ieder geval, zoals je nu bent.

Het voelt niet als jezelf om niemand meer te willen zijn.

Lees verder

Hoofd uit, hart aan

Ok, we gaan het eens op een andere manier proberen’ zei ze.
Verhalen vertellen kun je heel goed, maar volgens mij voel je helemaal niet wat je zegt.
Jij voelde je betrapt, toen ze dat zei. Alsof je iets gedaan had wat niet mocht, wat verkeerd was. In feite was het dat ook, alleen was dat niet jouw schuld. Was het zelfs het beste wat je toen kon doen. Was het precies die houding die je overeind hield toen je er het allerliefst bij was gaan liggen, en nooit meer op had willen staan.

Hoofd aan, hart uit. De weg er heen was zoveel makkelijker dan de weg terug.

Lees verder

Spreken is zilver, maar zwijgen je dood

Nog word je wel eens wakker met dat ene moment op je netvlies. Met de angst in elke vezel in je lijf, en een eindeloos gevoel van leegte. Van vallen en niet gevangen worden. Van verlamming, stilstand, dood. Want de dood was het, die aan je deur stond te kloppen. Of beter gezegd, aan wiens deur jij stond te kloppen.

Dertien was je, veel te jong om voor andermans leven te moeten strijden, toch is dat wat je toen deed. Je voerde eindeloze gesprekken waarin zij je vertelde hoe moe ze was, hoe graag ze weg wilde en dat ze een uitweg zocht. Je kon alleen maar luisteren, huilen, weer luisteren en haar smeken om te blijven.

Leef alsjeblieft voor mij’, riep je meer dan eens

Zonder jou kan ik niet leven’, dacht je nog veel vaker

Lees verder

Disturbed lovers

I don’t exactly remember, when I decided not to love you. But I do remember that at some point, I stopped trying to be friends. Not that it was easy, to get away from you after all those years. You cried for my attention when I no longer listened to you. And you haunted me in my dreams, when I started ignoring your reflection.

You were powerful, but so was I.

Lees verder