De hulpverlener die ik wil zijn

Ik vind jou zo oprecht’ zei ze, onderuit gezakt in een bank bezaaid met dekens, kussens, spullen.

Soms heb ik het gevoel dat psychologen alleen maar praten om stiltes op te vullen, maar jij stelt tenminste goeie vragen. Jij begrijpt het volgens mij echt.

Tegenover me zit een vrouw van begin 70, al vroeg beschadigd door het leven, al zeker 30 jaar in de psychiatrie. Meerdere suïcidepogingen, vrijwillige en gedwongen opnames verder woont ze nu al jaren zelfstandig en is ze met voldoende medicatie ‘crisis-vrij’. In zoverre dat ze geen echt ‘probleem’ meer heeft gevormd voor haar omgeving of zichzelf, maar gelukkig is ze allerminst. Lees verder

Vroeger in het hier en nu

Een week of twee geleden viel een jonge vrouw voor mijn ogen dood neer. Of bijna dood neer, eigenlijk, want met drie omstanders hebben we meteen reanimatie ingezet en 112 ingeschakeld. Lang verhaal kort: de vrouw heeft het overleefd, én het was ontzettend heftig voor iedereen die er nauw bij betrokken was geweest.

Het leven uit iemand zien vertrekken gaat tenslotte niet in je koude kleren zitten

Lees verder

Met bevend hart vooruit

Het was een lastig jaar, het afgelopen jaar. Een vermoeiend jaar, misschien wel op de eerste plaats. Frustrerend ook, en pijnlijk, somber en vol uitdagingen. Een onzeker jaar, vol twijfels en constant twijfelen, van me gefaald en niet goed genoeg voelen, van me afvragen waarom nog, en voor wie. Van steeds opnieuw proberen, en steeds opnieuw mislukken. Van er niet bij (mogen) horen, me buitengesloten voelen en buitengesloten worden.

Een jaar waarin het glas vooral halfleeg was, en het vaker donker was dan licht

Lees verder

Drie levens en wat liefde

Op de gang kom ik haar tegen, nog geen anderhalve meter groot, en ook vandaag is ze weer op zoek. Ik groet haar met een uiterst vriendelijke “Goedemorgen!” waarna ze stilstaat en me vragend aankijkt, me onderzoekt.

“Ja weet u, ik moet de kindjes zo nog halen, en… gaan we dan, gaan we dan…
Ze kijkt rond, zoekt het antwoord in mijn ogen, achter de plantenbank, in de lift.
Die kant was het op, toch?” en wijst een gang in.

Lees verder

Ignorance is dominance

Stel, God had bestaan, ik had in God gelooft, en God had opeens voor mijn deur gestaan. Of hij binnen mocht komen, want hij moest een hartig woordje met me spreken. Er was haast bij, dus nee, het kon niet wachten tot een volgende keer.

Tenzij het je niks kan schelen dat je met je leven speelt’ zei hij, terwijl hij achter me aanliep. Ik bleef staan. ‘Sorry, wat?

Je weet best wat ik bedoel’ zei God, ‘ga nou maar zitten, dan leg ik het je nog één keer uit.’ Lees verder

Herstel bestaat niet

Er zijn dagen dat ik het even niet meer weet. Wie ik ben of wat ik doe. Waar ik het allemaal voor doe, en met welke reden.

Er zijn dagen dat ik het liefst niet uit mijn bed kom. De deur niet uit wil, met niemand wil spreken, nergens wil zijn.

Er zijn dagen dat ik me tot in mijn tenen eenzaam voel. Het donker is in mijn hoofd. Ik mijn lijf verafschuw en niet wil voelen dat ik besta.

Er zijn dagen dat ik kots, snij, mezelf verhonger. Midden in de nacht ga lopen spoken, ga rennen of me juist verstop. Lees verder

I want to reach out and touch the flame

I want to run
I want to hide
I want to tear down the walls
That hold me inside
I want to reach out
And touch the flame
Where the streets have no name

Op een avond zat ik in een Run2Day winkel in Haarlem, samen met een groep mannen die mijn trainingsmaatjes zouden worden, en we luisterden naar Where the streets have no name van U2. Soundtrack van de New York marathon. Soundtrack van mijn leven, bedacht ik me toen. Lees verder

Beyond dis-ease and dis-order: a human approach to understanding eating disorders

“It’s about shame, disgust, and losing every sense of dignity. About darkness, silence and secrecy. It’s about sadness, loneliness, anger and fear. About not being able to express myself or how I feel, and having no boundaries or protection. Basically, it’s about not knowing how to just sit, feel and breathe through whatever difficult thought or emotion – without moving to hide it, or fade it, or fix it. It’s about looking for safety and comfort in all the wrong directions, and relying on self-destruction in order to live and survive.” (Marsman, 2014).

Lees verder

Met de zon in je gezicht

Lief lijf,

Vandaag stond ik met je aan het strand, met je blote voeten in het water. De plakhandjes van het mooiste hoopje mens dicht tegen je aan, en de zeewind door je haren. Ik geloof dat ik daar, op dat moment, van je heb gehouden. Dat ik je waardeerde om het simpele feit dat je bestond. Daar stond, met dat kleine mensje in je armen.

Ik rende met je door het zand, met de zon in je gezicht en het leven door je aderen

Ik geloof dat ik, toen wij zo samen over het strand draafden, van je heb gehouden. Van hoe sterk je voelde, hoe snel we gingen, hoe fijn het was om weer in beweging te zijn. Gewoon, omdat het kon. Omdat het kon en wij dat samen wilden. Lees verder

Omdat ik je zeggen wil

Wie zou je zijn, zonder gebroken hart? Zonder verloren en stukgeslagen dromen, zonder al die keren dat je viel, niet meer op wilde staan maar het toch deed?

Wie zou je zijn als je de stilte nooit had leren kennen? Nooit gevochten had met eenzaamheid, het nooit geproefd had, nooit aangeraakt?

Zou jouw hart de jouwe zijn, als je nooit in liefde had geloofd?

Lees verder

Doe mij maar niemandsland

Het liefst zou je nooit meer bewegen, zo voelt het. Als je één kon worden met je houding op een bank, in een stoel, opgevouwen in je bed, dan had je het gedaan.
Nooit meer bewegen.
Nooit meer beweging.

Stilstand is achteruitgang, zeggen ze. Misschien ga je ook wel achteruit. Het voelt niet als jezelf in ieder geval, zoals je nu bent.

Het voelt niet als jezelf om niemand meer te willen zijn.

Lees verder

De laatste nachten van een leven

30 juni 2011
Het is een dinsdagavond, een bijna volle maan in een blauwe zomerlucht, de stilte in een treincoupé. Ik ben op reis, een retourtje Maastricht – Hoofddorp in nog geen acht uur tijd. Ik kwam en ging en ik nam afscheid. Niets pijnlijker dan dat en tegelijkertijd niets mooier en kostbaarder dan dat. Daar waar de dood dichtbij is, wordt het samen nog even kunnen leven des te meer waardeert.

Bracht ik vanavond voor het laatst een gouden tijd door met de vrouw wiens naam ik draag, met de vrouw wiens hart groter is dan haar handen, met de vrouw die van mijn vader weer een kind maakt? We zullen het wel zien, zoals ze zelf al zei.

Toen ik haar kamer binnenstapte en ze me met haar altijd even hartelijke ogen begroette, had ik het meteen al moeilijk.

Lees verder

Hoofd uit, hart aan

Ok, we gaan het eens op een andere manier proberen’ zei ze.
Verhalen vertellen kun je heel goed, maar volgens mij voel je helemaal niet wat je zegt.
Jij voelde je betrapt, toen ze dat zei. Alsof je iets gedaan had wat niet mocht, wat verkeerd was. In feite was het dat ook, alleen was dat niet jouw schuld. Was het zelfs het beste wat je toen kon doen. Was het precies die houding die je overeind hield toen je er het allerliefst bij was gaan liggen, en nooit meer op had willen staan.

Hoofd aan, hart uit. De weg er heen was zoveel makkelijker dan de weg terug.

Lees verder

Groot mensje (2008)

Ik noemde je groot mensje, schreef je aan onder die naam. Groot mensje, of ik nog even bij je mocht zijn. Nog even van je mocht leren.
Ik was er niet bij toen je mijn woorden las, maar achteraf hoorde ik dat je gehuild had. Jullie allemaal, om dat grote mensje.

Toen ik je daarna weer zag, was dat precies wie je was. Groot, in mijn ogen zelfs reusachtig, en toch een mensje. Je knuffelde me en ik greep je vast. Mijn magere armen om jouw lijf. Je voelde zacht, en warm.
Ik voelde walging, wilde afscheid van je nemen, niet meer van je houden of geloven dat ik dat zoveel van je deed.

Je was een ronde vrouw en ik wilde dat niet zijn. Nooit meer. Eerder sterven dan dat lot.

Lees verder

Spreken is zilver, maar zwijgen je dood

Nog word je wel eens wakker met dat ene moment op je netvlies. Met de angst in elke vezel in je lijf, en een eindeloos gevoel van leegte. Van vallen en niet gevangen worden. Van verlamming, stilstand, dood. Want de dood was het, die aan je deur stond te kloppen. Of beter gezegd, aan wiens deur jij stond te kloppen.

Dertien was je, veel te jong om voor andermans leven te moeten strijden, toch is dat wat je toen deed. Je voerde eindeloze gesprekken waarin zij je vertelde hoe moe ze was, hoe graag ze weg wilde en dat ze een uitweg zocht. Je kon alleen maar luisteren, huilen, weer luisteren en haar smeken om te blijven.

Leef alsjeblieft voor mij’, riep je meer dan eens

Zonder jou kan ik niet leven’, dacht je nog veel vaker

Lees verder